Maria Montessori en haar onderwijsmethode

Elk kind wil zichzelf ontplooien en een school hoeft daar alleen maar op het juiste moment en op de juiste manier op in te spelen. “Leer mij het zelf te doen” heet dat in montessorikringen en die visie ligt nog steeds ten grondslag aan het onderwijs op de MSK.
Het prille begin

Montessorionderwijs is ontwikkeld door Maria Montessori (1870-1952), de eerste vrouwelijke arts in Italië. In 1904 schrijft ze haar eerste boek over opvoeding en onderwijs, “Pedagogische Antropologie”. Ze is dan hoogleraar in de antropologie aan de universiteit van Rome. In haar tweede boek, “De Methode”, beschrijft ze systematisch haar werkwijze, die internationaal steeds meer belangstelling wekt.

 

 

Casa di Bambini

In 1907 sticht zij in een krottenwijk van Rome de "Casa di Bambini". Hier werkte zij haar opvoedingsideeën verder uit. In 1916 gaat de eerste montessorischool in Nederland van start en in 1938 opent Maria Montessori zelf in Laren “Het Montessori Trainingscentrum”. In totaal wordt ze drie keer (1949, 1950 en 1951) voor de Nobelprijs voor de vrede genomineerd.

 

 

Eigen mogelijkheden en eigen tempo

De montessorimethode is bij uitstek geschikt om alle kinderen hun eigen mogelijkheden in hun eigen tempo te leren ontdekken en ontplooien. En doordat kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zitten, kunnen de ouderen de jongeren helpen en leren de jongeren de ouderen hulp vragen. Zelfstandigheid is dus heel belangrijk. Het montessorimateriaal sluit daarbij aan. Het is grotendeels door Maria Montessori zelf ontworpen en we gebruiken het nog volop. Kinderen kunnen bij dit ontwikkelingsmateriaal bijna altijd zelf checken of ze wel alles goed hebben gedaan: ze houden ‘controle van de fout’.

 

 

Rol van de leerkracht

De rol van de leerkracht is er een van individuele begeleiding. Hij of zij observeert de kinderen en bepaalt of hun keuzes in een goede verhouding staan tot hun mogelijkheden. De leerkracht gaat daarbij niet uit van de niet-bestaande gemiddelde leerling. Ieders aanleg en eigen aard wordt gerespecteerd en elk kind krijgt de kans op eigen wijze en in zijn eigen tempo door te gaan. Verder houdt de leerkracht zorgvuldig de vorderingen bij.